Sexverhalen.com » Extreem » Milan (6) – Milan kreeg een App
Milan (6) – Milan kreeg een App
Dit verhaal is een vervolg op: Milan (5) - Dubai, penthouse aan de Palm
Twee Japanners. Ze komen morgenavond. Ze betalen extra. Veel extra. Ze willen het uiterste. Als je breekt, stop ik het. Maar jij breekt niet, hè?
Milan voelde een koude rilling die niet van angst kwam, maar van herkenning. Hij knikte alleen.
Ze arriveerden precies om 22:00 uur. Twee mannen, allebei rond de veertig, allebei in maatpakken die eruitzagen alsof ze duizenden dollars kostten. – Hiroshi: kleiner, slanker, bril met dun montuur, stem zacht en beleefd, maar ogen die nooit knipperden. – Kenji: breder, kaalgeschoren, tatoeages die onder zijn kraag vandaan kropen – yakuza-stijl, zwarte inkt die verhalen vertelde die Milan niet wilde horen.
Ze bogen kort naar Khalid, die in zijn fauteuil zat met een glas whisky. Toen richtten ze zich op Milan, die naakt op zijn knieën in het midden van de woonkamer zat, handen op zijn rug gebonden met zijden koord.
Hiroshi sprak als eerste, in perfect Engels met een lichte zangerigheid: “Wij respecteren grenzen. Maar wij respecteren ook de schoonheid van wat er gebeurt als grenzen verdwijnen. Je mag ‘rood’ zeggen. Maar wij hopen dat je dat niet doet.”
Ze begonnen langzaam. Hiroshi bond Milans polsen hoger, aan een haak die uit het plafond kwam – speciaal geïnstalleerd voor zulke avonden. Kenji trok een leren tas open: geen speeltjes zoals Milan gewend was. Dit waren instrumenten. Dunne bamboestokken, een metalen haak met balletje, een set scalpels in steriele verpakking, naalden, een kleine fles met iets dat naar alcohol rook.
Eerst de bamboe. Hiroshi sloeg met precieze, ritmische tikken over Milans rug, billen, dijen – niet hard genoeg om meteen te bloeden, maar wel genoeg om de huid rood te maken, te laten zwellen, te laten branden. Elke slag kwam op exact dezelfde plek, laag voor laag, tot de huid openscheurde. Kleine scheurtjes eerst, toen langere lijnen. Bloed druppelde traag over Milans rug, langs zijn zij, over zijn kont.
Kenji knielde achter hem. Likte het bloed op – tong plat en warm, van de onderrug naar beneden, over de billen, tot in de spleet. Hij zoog zachtjes aan de open plekken, proefde, slikte. Milan trilde, pik keihard ondanks – of juist door – de pijn.
Hiroshi kwam voor hem staan, ritste open, duwde zijn pik in Milans mond. Niet diep eerst. Hij liet Milan zuigen terwijl Kenji doorging met likken. Toen Kenji een vinger in een van de open striemen duwde, voelde Milan de scherpe, rauwe pijn die door zijn hele lichaam schoot. Hij kokhalsde rond Hiroshi’s pik, tranen mengden zich met slijm.
Ze wisselden. Kenji nam de mond, Hiroshi ging achter. Hiroshi fistte hem – langzaam, maar zonder genade. Vuist, pols, elleboog. Milan schreeuwde het uit, maar Kenji hield zijn hoofd vast en neukte zijn keel door tot hij bijna geen lucht meer had. Hiroshi duwde verder, draaide, rekte tot Milan dacht dat hij zou scheuren. Bloed vermengde zich met glijmiddel, droop over Kenji’s hand die nu ook fistte – twee vuisten tegelijk, afwisselend, diep.
Toen het bloed echt stroomde – dikker, donkerder – stopten ze niet. Kenji trok zijn vuist terug, boog voorover en likte het bloed recht uit Milans open kont. Tong diep naar binnen, zuigend, proevend. Hiroshi sneed met een scalpel een dunne, precieze lijn over Milans borst – niet diep, maar genoeg voor een straaltje bloed. Hij ving het op met zijn vingers, smeerde het over Milans lippen, duwde ze in zijn mond. “Proef jezelf. Proef wat je ons geeft.”
Milan slikte. Bloed, zout, metaal. Hij kwam klaar zonder dat iemand zijn pik aanraakte – schokkend, schreeuwend, sperma spatte over de marmeren vloer.
Ze bonden hem los, legden hem op zijn rug op de glazen tafel. Kenji ging in hem – pik diep in het bloed en het vocht, stotend terwijl Hiroshi naalden door Milans tepels duwde, niet helemaal door, maar net genoeg om bloed op te laten wellen. Kenji likte het op terwijl hij neukte, tong over de naalden, over de tepels, over Milans borst.
Hiroshi plaste in Milans mond – warm, bitter, vermengd met bloed dat nog op zijn tong lag. Milan slikte alles door, hoestte, slikte weer.
Toen ze allebei klaarkwamen – Kenji diep in hem, Hiroshi over zijn gezicht – likten ze samen het mengsel op: sperma, bloed, pis, zweet. Tongen over elke open plek, elke striem, elke snee. Ze waren grondig. Bijna devoot.
Uiteindelijk lieten ze hem liggen, lichaam trillend, bloedend op plekken die morgen blauwe plekken zouden worden, morgen korsten. Hiroshi boog zich over hem heen, kuste zijn voorhoofd zacht – het eerste tedere gebaar van de hele avond.
“Dank je,” zei hij in het Japans, toen in het Engels: “Je bloed smaakt naar overgave. Schoon. Eerlijk.”
Ze vertrokken zonder nog een woord. Khalid zat nog steeds in zijn stoel, pik hard maar onaangeraakt. Hij keek Milan aan met iets dat op bewondering leek.
“Je hebt het overleefd,” zei hij zacht. “Zelfs zij konden je niet breken.”
Milan, liggend in zijn eigen bloed en hun resten, fluisterde hees: “Ik breek niet. Ik bloei alleen.”
De volgende ochtend waste een Filipijnse huishoudster hem zwijgend schoon, verbond de diepste sneden, smeerde zalf op de striemen. Milan keek uit over de Golf, voelde de pijn kloppen bij elke ademhaling.
En diep vanbinnen wist hij: dit was geen einde. Dit was alleen maar een nieuwe laag. Een laag die hij nooit meer zou kunnen afwassen.